Van Dartel Logopedie

Taal

We gebruiken taal om met elkaar te communiceren. Met behulp van taal kunnen we elkaar begrijpen, een verhaal vertellen, zingen, een verhaal lezen of schrijven.
Soms verloopt de taalontwikkeling op jonge leeftijd niet goed:

  • Vertraagde taalontwikkeling of taalstoornis: de zinnen zijn (te) kort, de
    woordvolgorde is onjuist, de woordvormen worden vaak onjuist gebruikt (bijv. hij i.p.v.
    zij, gezwemd i.p.v. gezwommen), de woordenschat is te klein, opdrachten,
    langere zinnen of verhalen worden niet begrepen, het kind kan zich moeilijk
    uitdrukken bijvoorbeeld omdat het niet tot de kern van een verhaal komt, niet in
    logische volgorde vertelt of de juiste woorden niet kan vinden.
  • Selectief Mutisme: Kinderen met selectief mutisme kunnen goed praten en doen dat ook in veel situaties. Ze praten thuis en tegen sommige mensen. In andere situaties zwijgen ze, bijvoorbeeld op school, tegen onbekenden en soms ook in winkels of bij familieleden die ze niet zo vaak zien. Mutisme betekent: niet kunnen praten. Selectief mutisme betekent dat een kind in sommige situaties niet “kan” praten, terwijl hij of zij dat in andere situaties heel goed kan. Het lijkt alsof een kind dichtklapt of blokkeert.
  • Problemen bij meertaligheid
  • Lees- en schrijfstoornissen

Ook volwassenen kunnen problemen krijgen op taalgebied ten gevolge van een ziekte of een ongeluk:

  • Afasie (na beroerte of trauma)
  • Taalstoornissen als gevolg van dementie